woensdag 4 mei 2011

Myanmar; deel 2: Birmese days

De volgende morgen stonden we om 5 uur op, om de bus naar Mandalay te nemen. Nog niet goed wakker, kropen we op de bus. Het was nog donker buiten, en redelijk frisjes. We waren nog maar net vertrokken, en de busdeur bleef open staan. Ik dacht; ik doe de deur dicht, want het trekt hier serieus in de bus. Dus Steven doet de deur dicht. 5 minuten later, in volle vaart, zie ik iemand voor de gesloten deur bengelen, teken gevend om de deur open te doen. Blijbaar zat deze man de hele tijd op het dak om de bagage daar vast te binden. Maar geen probleem, hij kon met het voorval lachen.
Onze bus was in verschrikkelijke staat. Je kent dat, een sovjet-bus van voor de 2de wereldoorlog. Het eerste gedeelte van de trip liep door de bergen. Op het hoogste gedeelte moesten we stoppen om de remmen te koelen. We waren niet de enigen die er stopten voor een pitstop. Alle andere auto's en trucks die er passeerden, stopten er om de motor en/of de remmen te koelen.
remmen checken
motor koelen

en maken dat je wegkomt
tanken

Na de remmen gekoeld te hebben en de afdaling ingezet te hebben, tijd voor een tweede oponthoud. Door de remmen van de bus te snel af te koelen, waren de remschijven scheef getrokken. Maar geen nood. Een stevige hamer bracht soelaas. 16 u later, 2 platte banden en een gesprongen distributieriem verder, bereikten we Mandalay. Mandalay was maar een tussenstop van 1 dag. Zo konden we wat uitrusten van de trip en ons bevoorraden voor de volgende treinrit. Het plan was om met de trein naar Myitkyina te trekken. Dit is zowat het meest noordelijke punt van Myanmar dat je als toerist kan bereiken. Hier komen haast geen toeristen, en de wegen en spoorwegverbindingen zijn er zo mogelijk in nog slechtere staat.
Naar dit stuk van de reis heb ik lang naar uitgekeken. Het avontuur en verwondering kan nu pas echt beginnen.
De treinrit deden we zoals gewoonlijk 'lower' class. Deze keer zat de trein volledig afgeladen vol. Niet verwonderlijk, over een dikke week beginnen de waterfeesten gevolgd door het Birmees nieuwjaar. Veel mensen zijn dan ook onderweg naar familie of naar hun geboortedorpen. Deze keer was het haast compleet onmogelijk om van wagon tot wagon te verplaatsen. De enige mogelijke manier was door het beklimmen van de zetels en rugleunigen. Tegenover mij in de trein zaten 2 Birmezen, eentje zag er gezond uit. De andere iets minder. Hij liep op krukken, en 1 voet -zijn slechte- was in verband gewikkeld. Zijn goede voet, waar hij op steunde zat volledig onder de zweren. Blijkbaar jeukte het ook heel fel, want hij zat de hele tijd aan zijn zweren te krabben. Als ik binnenkort lepra krijg, dan weet ik wie mij aangestoken heeft. Al bij al was het een toffe treinreis, er was een restauratiewagen, waar je bij tijd en stond een pint kon drinken of een maaltijd verorberen. De trein baande zich een weg door hele mooie landschappen. Bergen in de verte, rivieren en grote vlakten doorkruisend. Het leek bij wijlen wel op een dor Afrikaans landschap. Je zag soms uren geen dorpen of mensen.
Een verder hoogtepunt van de treinreis was de stop in Kampun. Dit was een klein dorpje waar de trein voor de eerste keer halt hield. Alle dorpelingen waren aanwezig om de trein te begroeten. Gekleed in traditionele klederdracht en voorzien van vreemde muziekinstrumenten werden we door hen begroet. En iedereen weer goed geluimd en met een lach op het gezicht...
markt in Mandalay

treinrit naar Myitkyina

treinreizen; lower class

ontvangst in Kampun

feest
In myitkyina is niet bijster veel te beleven. Het is eerder een kleine industiestad waar veel Chinese gastarbeiders vertoeven. Qua bezienswaardigheden stelde de stad niets voor. We verbleven in 1 van de 2 guesthouses waar buitenlandse toeristen mogen verblijven; de YMCA. De bijbel lag in iedere kamer klaar voor de geinteresseerden. Tegenover ons guesthouse was de rosse buurt, de plaats waar de gastarbeiders een vrouw komen scoren. Wanneer ze het mij niet verteld hadden, was het me nooit opgevallen. De prostituees zien er uit als normale meisjes. 1 dag hebben Beata en ik een motor gehuurd en zijn we wat gaan rondrijden. We zijn hier de toeristische attractie. Iedereen staart ons aan, kinderen moeten lachen als ze ons zien... We reden richting een dorp op  ongeveer 20 km van Myitkyina. Wat we onderweg tegenkwamen vond ik uitermate interessant; goudmijnen. In verschillende groeven werkten telkens een stuk of 8 mijnwerkers. We leidden ons zelf rond tussen de verschillende groeven. Blijkt dat ze ongeveer 1 gram goud per dag wonnen. De beste goudgroeven hadden een opbrengst van 3 gram goud. De groeven worden uitgebaat door chinezen, de meeste arbeiders waren Birmees.
baterijen sleuren

mijngroeven

rustende mijnwerkers

mijnwerkers in actie
De volgende dag begonnen we met het plan waarvoor we eigenlijk naar Myityina gekomen waren, namelijk de aftocht per boot van de Ayeyarwady. De Ayeyarwady is een hele grote rivier die in de Himalaya ontspringt, en 2170 km verder in Myanmar in de zee uitmondt. De aftocht is een belevenis op zich. Het leven rond een rivier is op zijn minst te omschrijven als 'interessant'. Overdag vaarden we met de boot en aanschouwden we wat er zich op en rond de rivier allemaal afspeelde, afgewisseld door een dutje of een boekje. s Avonds verbleven we 1 nacht in een klein dorpje, en we maakten ook 2 stops in de grotere riviersteden, Bhamo en Katha. In Bhamo zijn we 2 nachten gebleven, en hebben we een Birmese gids aan de haak geslagen. Dit is de enige manier om hier dingen te bezoeken buiten het centrum. Toeristen moeten begeleid worden door 'bevoegden'. Ik verdenk onze gids er trouwens van dat hij goede connecties heeft met het regime. Hij was behoorlijk rijk en hij was al 35 jaar bezig met zijn levensdroom; een helikopter bouwen. De helicopter stond in zijn living, het enige wat ontbrak was de motor. Hij was nu 2500 euro aan het sparen voor een chinese motor. Tijdens de dag met de gids aan onze zijde, hebben we een fiets gehuurd en zijn we naar 'meditation hill' gefietst. Daar hebben we in een klooster gegeten en namiddag wat dorpjes in de buurt van Bhamo bezocht. Telkens opnieuw wijde ogen en lachende mensen als ze ons zien.
2 Birmezen wachtend aan de oever

onze eeste boodtrip vertrekkend in Myityina

3 personen afgezet aan de oever, in the middle of nowhere


onze kapitein

monnikken aan het werk nabij meditation hill

onze gids met zijne helicopter

fietsen aan de oevers van de Ayeyarwady

Steve Stunt

een non zeeft rijst
bruggen worden hier met bamboo gebouwd, tijdens de moeson spoelen ze ieder jaar weg


balonnen

de buffel uitlaten
Na Bhamo zijn we met een grote rivierboot richting Khata gevaren. Khata is de stad waar George Orwell, de bekende schrijver, een tijd verbleven heeft toen hij legerdienst deed in Myanmar. Je kan hier de oude koloniale gebouwen, van in zijn boek 'Birmese days', nog allemaal bezoeken. De aftocht van de rivier duurt ons iets te lang. Wanneer we met met de grote rivierboot zouden doorvaren, zouden we nog 2 volledige dagen op de boot moeten zitten vooralleer we Mandalay bereikten. We besloten met de bus naar Mandalay te gaan. Ook een avontuur...
ons cruise-schip

wanneer de zon niet scheen, was het goed vertoeven op het dek

onze verblijfplaat in de boot; iedere passagier had 1.5 vierkante meter waar hij zijn mat kon spreiden

een verdwaalde koe op de markt in Khata
De busrit van Khata naar Mandalay zal me nog lang bijblijven. In eerste instantie had ik er een goed gevoel bij. De bus zag er degelijke uit, met stevige banden. Het bleek toch niet zo te zijn. We waren nog niet goed vertrokken of we hadden al platte band. Gelukkig waren er 2 busassistenten aanwezig. Ik heb nog nooit iemand zo gezwind een band zien vervangen. In de bergen kreeg de motor van onze sovjet-bus het toch wel moeilijk. De liters koelwater werden opgebruikt, maar nog steeds was de motor oververhit. Dan maar wachten op een passerende goede ziel die ons van water kon voorzien. Wegen zijn hier niet. Enkel zand met putten. De meeste bruggen zijn zo onstabiel, dat de chauffeur verkiest om door het water te rijden. Dan gaan de 2 assisten de bus vooraf en kijken ze waar de bus het beste de rivier kan oversteken. Trouwens, respect voor de chauffeur. Hij heeft 30 uur constant gereden, af en toe een stop uitgezonderd, al kauwend op bettelnut bladeren voor extra energie.
panne nummer zoveel

de bus geraakte de helling niet op. Iedereen moest te voet de berg op, en de bus volgde ons

panne nummer zoveel +1
Nu waren we terug in Mandalay aangekomen. We hadden nog 3 dagen vooralleer het waterfestval van start ging. Tijdens het waterfestival wilden we heel graag in Mandalay zijn om wat te feesten. Zodus hadden we nog 3 dagen tijd om andere plaatsen te verkennen. We besloten om de bergen in te gaan, niet zo ver van Mandalay. Bovendien is het daar koeler, want in Mandalay waren de temperaturen niet te harden. Zodus wij naar Pyin Oo Lwin. Een kleine stad in de bergen, en een militaire stad. Het staat bekend als het opleidingscentrum van de junta. Wat ons het meeste opviel was dat deze stad ons veel rijker aandoet dan de andere steden die we tot nu toe in Myanmar gezien hebben. De militairen zullen er voor iets tussen zitten. In Pyin Oo hebben we 1 dag een groot park bezocht, bekend om haar botanische tuinen. Zo kort voor nieuwjaar en de waterfeesten zijn heel wat (rijkere) Birmanen vrij. De uitgelezen gelegenheid om een een park te bezoeken. Wat maakt dat wij de grote attractie waren in het park. Mensen kwamen ons vragen om samen op de foto te mogen. Zo ook een bende jonge monnikken die een daguitstap aan het maken waren.
De volgende dag hebben we een scooter gehuurd en zijn we naar de bezienswaardigheden van de streek gaan kijken. 2 watervallen en 1 grot met een hoop budha's erin.
met de monnikken op de foto

paard en koets is nog een vaak gebruikt vervoersmiddel in Myanmar

Steven met de goorste soep die hij ooit gegeten heeft
Beata

deze vriend heeft geluk gehad dat ik hem voor het vertrekken gezien heb

vrijdag 22 april 2011

Myanmar; deel 1

Net voor het vertrek naar Yangoon, de hoofdstad van Myanmar, heb ik enkele spullen in Bangkok bij een kennis achtergelaten. Mijn badmintonracket en enkele reisgidsen heb ik hier niet vandoen. In eerste opzicht is er in Yangoon niet veel veranderd in vergelijking met 4 jaar geleden. Maar ik heb de indruk dat alles toch wel wat vuiler geworden was. Overal plastiek en afval. Geen enkele straatsteen ligt waterpas, wat een wandeling in het donker best wel een uitdaging maakt. Straatlampen zijn er immers niet. Soms ontbreken er straatstenen, en ligt de riool open. Hier wil ik niet in sukkelen, echt niet. We waren van plan om 2 dagen in Yangoon te blijven. De eerste dag hebben we het centrum wat verkend en wat door de straten gewandeld. We zijn naar een van de hoogste gebouwen van de stad gegaan voor een mooi overzicht van Yangon en verder hebben we een belangrijke pagode bezocht.
Een gewone wandeling, zonder een echt plan heeft hier veel verwondering tot gevolg. Je ziet hier beroepsactiviteiten die je niet voor mogelijk houdt. 1 persoon die een telefoon uitbaat, een man met een weegschaal... Verder het lokale straatleven, vele marktjes en vermaak op straat zoals hanenvechten, kinderen die spelletjes spelen. En iedereen loopt hier goedgeluimd rond...

straatbeeld Yangoon

uitzicht over Yangoon vanuit de Sakura Tower
de Shwedagon Pagode in de verte

Hanengevecht op straat, om de beesjes op te fokken spuwden de eigenaars op de kop van de hanen

een telefoonopperator, wegens het gebrek aan gsm worden deze diensten op straat aangeboden

spelende kinderen op straat
Een ander hoogtepunt in Yangoon is de Shwedagon pagode. Het is niet normaal wat hier aan edelstenen en hoeveelheden goud in dit tempelcomplex verwerkt zijn. Oorspronkelijk 2500 jaar oud, maar dikwijls herbouwd door vele aardbevingen. Er wordt gezegd dat er meer goud in de pagode verwerkt zit dan dat er goud aanwezig is in de schatkamer van Groot-Britttanie. Enkel in de top van de toren zitten al meer dan 5000 diamanten voor meer dan 2000 karaat aan gewicht. en helemaal bovenaan zit een exemplaar van 76 karaat. Er bevinden zicht 7 relekwieen van haren van Boedha in de shwedagon pagode en daardoor is het 1 van de heiligste plaatsen voor de Boedhisten.
We kregen een rondleiding van een enthousiaste monnik die zich spontaan aanbood. Zijn Engels was echter om te janken, ik verstond er niks van. En bovendien als klap op de vuurpijl ook nog eens de zonsondergang gemist door zijn uitleg. Daarna was het allemaal 'mooi' geweest en zijn we terug naar ons guesthouse getrokken.
Shwedagon pagode

boedhisten in gebed
 
Onze gids die toch zo hard zijn best deed
De volgende dag begon het avontuur pas echt. We hadden kaartjes gekocht om met de trein naar Kalaw te reizen. We opteerden voor een 'lower-class' ticket. Niet alleen een stuk goedkoper, maar ook een betere manier om contact te krijgen met de lokale bevolking. Om 4 uur s morgens stonden we aan het station van Yangoon. Terwijl Beata kaartjes probeerde te bemachtigen ging Steven de stad in om een voorraad in te slaan voor de reis. Papaya, eieren, wat vettige broodjes en een tros met 20 bananen was de buit. Het beloofde een helse tocht van 30 uren te worden terwijl ik de afstand schat op 400 km. De banken waren van hout en onze wagon zat afgeladen vol. We hadden ons net geinstalleerd op onze zitplaats toen 2 agenten binnenkwamen en onze plaatsen opeisten. Ik was al van plan recht te staan en ergens anders te gaan zitten, maar Beata vertikte het. Ze zei tegen de agenten; wij hebben voor deze plaatsen betaald, en wij blijven hier zitten. De ganse wagon keek ons met opengesperde mond aan. Ingaan tegen de ordehandhavende overheid.... dat waren ze blijkbaar niet gewend. Na heel wat discutie tussen de agenten onderling en met de kaartjesverkoper, haalden we ons gelijk binnen. 1 agent droop het af en moest tussen de andere passagiers gaan zitten, terwijl wij onze goede plaats mochten houden. De spoorwegen zijn in erbarmelijke staat. Het lijkt wel of je op een achtbaan zit. Voor eventjes is dat plezant, maar 30 uren... niet om te lachen. Bij de verschillende stopplaatsen komen mensen de trein op om fruit, drank en eten te verkopen. Dus honger en dorst hebben we niet geleden. s nachts was de reis het zwaarst. Het gangpad was niet meer toegangkelijk. Overal liggen mensen te slapen. De ene zijn voet in het gezicht van de andere. De andere zijn neus tegen de oksel van de ene. Gelukkig werd de trein goed verlucht. Alle ramen stonden open. Verder had ik geen halve vierkante meter meer om me te bewegen en last van krampen en slapende ledematen. Naarmate we dichter bij de eindbestemming aankwamen kwam de sfeer er goed inzitten. Sommige medereizigers begonnen wat feestliederen te zingen en mee te klappen. De wiskey die ze dronken zal er ook wel wat mee te maken hebben. Zeer moe, maar toch voldaan bereikten we tegen de middag Kalaw, nabij Inle-lake.


Onze agent in de trein, die alles een oogje in het zeil houdt

onze trein, inclusief starende Birmezen

onze trein, bij een pauze

een jonge Birmese medereiziger

aankomst aan een station, verkopers staan klaar met hun eetwaar

Bijschrift toevoegen

feesten en zingen in de trein, met heel de familie. Zoonlief slaapt liever
Kalaw was vooral een tussenstop. Na een dagje rust namen we de bus naar Nyaungshwe, vlakbij het Inlelake. Wederom geen pretje. De Birmezen (of is het nu Birmanen?)  presteren het om in een bus met 24 zitplaatsen, 40 personen binnen te krijgen. En desnoods wordt er nog 10 man op het dak van de bus gezet. Anyway, zonder kleerscheuren Inle-lake bereikt. Inle-lake is 1 van de 5 top-toeristische bestemmingen van Myanmar. Het meer is ongeveer 20 km lang en 5 km breed. Er leven heel wat minoriteiten gemeenschappen in huizen op stelten in en rond het meer. Het meer is dan ook levensbelangrijk voor de inwoners, niet alleen omwille van visvangst, maar ook omwille van landbouw. Het meer is maximum 5 meter diep. Hierdoor is het mogelijk om grote drijvende bamboo vlotten met bamboo-palen aan de bodem van het meer te verankeren, waar ze dan allerhande gewassen op kweken.
1 dag hebben Beata en ik een fiets gehuurd en hebben we de streek rond het meer wat verkend. Een andere dag zijn met een boot het meer opgevaren en de bedrijvigheden in en rond het meer gaan aanschouwen. Zo zagen we onder andere de floating gardens, verschillende dorpen, inclusief kloosters en pagodes en ten slotte hebben ze de lokale nijverheden bezocht. Zo waren er de paraplumakers, de zilversmeden en wevers van het speciale lotus-textiel en een sigarenfabriekje.
s Avonds hebben we een tof klein restaurantje gevonden. We waren de enige klanten. De uitbater had geschiedenis aan het unief gestudeerd. Hij durfde vrijuit babelen over de toestand in het land. Zijn ogen fonkelden toen we over de revoluties in Noord-Afrika vertelden. Hij zou graag in contact komen met gelijkdenkenden, maar dat is zo moeilijk. Je loopt altijd het gevaar dat je bespioneerd wordt.
De volgende dag zijn we heel vroeg opgestaan om met de bus naar Mandalay te reizen, maar dat verhaal is voor een andere keer.

Kalaw, met een processie voor nieuwe jonge monnikken

onze bus richting Nyaungshwe

gewiekste verkopers op de drijvende markten

strijken op grootmoeders wijze

een monnik aan het koken



paaldorpen op het meer



de drijvende tuinen, met de bamboo-verankeringen
de drijvende tuinen in de verte en mijn bootgezelschap

gegroet
Steven

Myanmar; inleiding


Hallo,

Het is weer even geleden. In Myanmar was het onmogelijk om mijn blog bij te werken doordat de website beblokkeerd wordt door het regime. Eerst wil ik wat meer vertellen over het land, want voor de meesten onder jullie zal Myanmar 1 groot vraagteken zijn. Misschien weten jullie dat het in Zuid-Oost Azie ligt en misschien doet de cycloon Nargis van 2008, waarbij trouwens 140.000 mensen het leven lieten (meer dan bij de grote tsunami), wel een belletje rinkelen. Ook omwille van het feit dat ik het land reeds in 2007 bezocht heb en waarbij het een onvergetelijke indruk op me gemaakt heeft, zet me ertoe aan om eerst een aantal dingen te vertellen.

geschiedenis
Myanmar, vroeger Birma genaamd, heeft een bevolkingsaantal dat geschat wordt op 47,4 miljoen inwoners en het land is het grootste van Zuid-Oost Azie, Indonesie niet meegerekend. Vanaf halfweg de 19de eeuw tot de onafhankelijkheid in 1948 was het een kolonie van Engeland. Nadien braken er langdurige oorlogen uit tussen minoriteitengemeenschappen, die tot op de dag van vandaag nog niet opgelost zijn. Na een falende regering nam in 1962 generaal Ne Win de macht over. Dit was de start van s werelds langste militaire dictatuur. Het beleid is gebaseerd op xenophobie en complete afzondering van de rest van de wereld.
In de jaren 70 en 80 verslechterde de economie en de munt devalueerde snel. In 1988 brak een grote volksopstand uit, onder leiding van Aung San Sun Kyi (latere nobelprijswinnaar). Maar de vraag naar democratie werd door het regime hardhandig de kop ingedrukt. Tot ieders verbazing besloot het regime in 1990 nieuwe verkiezingen te organiseren. De partij NLD (National League for Democraty van Aung San Sun Kyi) won de verkiezingen met 82% van de stemmen. Het regime weigerde echter de macht over te dragen en Aug San Sun Kyi werd onder huisarrest geplaatst. Sindsdien wordt het regime vooral gesteund door China en naburige landen, die economische belangen met Myanmar hebben.
In 2007, net nadat ik het land voor een eerste maal bezocht heb, braken er nieuwe volksprotesten uit, omdat de brandstofprijzen plots 50% verhoogd werden door het regime. Het waren de eerste protesten sinds 1988. Opnieuw werden duizenden inwonders vermoord of tot dwangarbeid verplicht. In 2008 veroorzaakte de cycloon Nargis een ware ravage, met meer slachtoffers dan de grote tsunami, maar het regime weigerde hulp (en pottenkijkers) van buitenaf. Met mondjesmaat werd - door toenemende druk vanuit het buitenland - toch buitenlandse hulp getollereerd. Dit jaar waren er opnieuw verkiezingen. De generaal Ne Win zette een stapje opzij. Maar het regime blijft aan de macht.

Het gemiddelde jaarlijkse inkomen voor een Birmees bedraagt 1500 euro, maar er zijn er heel veel die het met 350 euro per jaar moeten stellen. Dit maakt Myanmar het 13de armste land ter wereld. Op gebied van gezondheidszorg is de toestand nog slechter. Per jaar gaat er  2.5 euro uit naar gezondheidszorg, per inwoner. Dit is het laagste bedrag van heel de wereld.

het regime probeert de bevolking onder controle te houden door ze bang te maken en door ze onwetend te houden. Zo wordt de media volledig gecontrolleerd en beheerd door het regime. In de kranten lees je niks anders dan goede daden van vooraanstaande militairen en artikels over de trots en kracht van de natie.  Een SIM-kaart voor de gsm kost hier 1000 dollar. Dus enkel voor de rijken betaalbaar.  Naar het buitenland reizen voor een Birmees is haast onmogelijk, je dient een immens bedrag te betalen om toestemming te krijgen. Slechts 0.1% van de bevolking heeft toegang tot internet. Verder heeft het regime overal spionen rondlopen, vergelijkbaar met de tijd van het communisme in Europa. De mensen durven zelfs niet over de politieke toestand praten in hun eigen familie...
Verder staat het regime economisch heel sterk. Thailand kocht in 2006 voor 2 miljard euro aan gas aan. India tekende in 2008 een overeenkomst om een zeehaven te bouwen aan de kust van Myanmar, ter waarde van 100 miljoen dollar, om de export naar India te bevorderen. China en Thailand gaan hetzelfde doen. Teak-hout, mineralen en edelstenen worden naar de buurlanden verscheept en het regime geeft voor grof geld aan China de toestemming om deze natuurlijke grondstoffen te delven.
En wat doet het Westen?
Bitterweinig. Na de protesten van 2007, met duizenden doden, legde het Westen economische sancties op. Edelstenen en teak-hout werden niet meer door de EU en VS ingevoerd. Maar dit heeft weinig resultaat. Nu worden de edelstenen naar Singapore of China verscheept en daar tot afgewerkte producten omgevormd en uiteindelijk toch aan de VS of de EU verkocht.
De enige manier zaarop de VS en EU het regime hadden kunnen raken, was een boycot van gas en olie, afkomstig van Myanmar. Maar dat doen ze natuurlijk niet. British Petroleum had bijvoorbeeld in 2006 voor 470 miljoen dollar in de olie- en gasindustie geinvesteerd in Myanmar....
De verenigde naties heeft al een aantal keer met het regime gepraat, zonder resultaat.
NGO's zoals artsen zonder grenzen, unicef werden tot voor kort haast volledig geboycot. Hier is gelukkig wat verandering in aan het komen.

Na dit alles vraag je je misschien af, wat ga je in hemelsnaam in zo een land vol misserie rondreizen? Het fijne is, als westerling wordt je hier door de bevolking met open armen ontvangen. We geven hun een gevoel dat hun land niet volledig vergeten is door de rest van de wereld. We kunnen hun nieuwe informatie bezorgen over bijvoorbeeld de opstanden in Noord-Afrika. Dit zijn gebeurtenissen die hun hoop geven....Verder is het een heel mooi en puur land,  nog niet te fel door het westers kapitalistisch denken aangetast.

tot zover mijn inleiding